2019: De strijder uit Soerabaja

NIEUW GESCHIEDENISBOEK PROJECT – eta 2019


DE STRIJDER UIT SOERABAJA – ADOLF BIRNEY – George Philip Birney

Nonfictie. Nederlandstalig.

Subtitle: Adolf Birney

Adolf Birney

Mijn wijlen vader Adolf Birney – voorheen Adolf Sie Birnie – heeft aan zijn kinderen cq erfgenamen, waaronder aan mij, George Philip Birney, een manuscript nagelaten na deze tevergeefs bij een dozijn uitgevers te hebben aangeboden.

Inmiddels zijn diverse copieën van het manuscript in de omloop gebracht, overigens buiten unanieme toestemming van de wettelijke erfgenamen om, teneinde e.e.a. in het openbaar beschikbaar te stellen.

Maar goed, als anderen doen wat ze willen met het manuscript, dan ik ook.

Mijn erfdeel is al meer dan “gebruikt” geweest en nu is het tijd voor het respect dat mijn vader zo graag had willen krijgen ten tijde dat hij nog in leven was. Geen uitgever wilde zijn werk publiceren. Ik nu wel.

Het is mijn moreel, sociaal, en juridisch correct besluit om het manuscript conform de uitdrukkelijke wens van mijn vader naar buiten te brengen. Immers, zijn codicil zegt zelf:

“Mijn eerste huwelijk met een Brabantse vrouw – mijn corrspondentievriendin – is jammerlijk gestrand op grond van wanbegrip. Het wanbegrip is mijns inziens gebaseerd op het feit van “East is east, west is west, and never the twain shall meet” (van de beroemde schrijver Rudyard Kipling). Uit dit huwelijk heb ik vijf kinderen, genaamd Alfred Alexander, George Philip (tweelingzonen), Arthur Franklin, Maureen Mildred Elisabeth en Miranda Edith Patricia BIRNEY. Nadat zij de puberteitsjaren achter zich gelaten hebben, hebben zij mij vaak de vraag gesteld, of het niet mogelijk was, indien ik een boek ging schrijven. Het moest dan wel een levensbeschrijving zijn. Mijn kinderen wilden namelijk de oosterse zijde van mijn karakter weten met als doel mij volledig te kunnen begrijpen.

Sinds ik in Nederland ben aangekomen op 14 april 1950 heb ik soms aantekeningen gemaakt over diverse feiten in het verleden, die ik maar niet kon vergeten. Zodoende heb ik toevlucht gegeven aan de wens van mijn kinderen een beschrijving te weergeven van mijn leven vanaf mijn geboorte tot het moment, dat ik mijn geboortegrond voorgoed moest verlaten. Immers, niet alleen mijn kinderen, maar ook vele vrienden en kennissen en andere lezers en lezeressen hebben het recht te weten wat het is, wanneer zowel de westerse als de oosterse beschaving verenigd zijn in één lichaam en één geest, dus in één individu.

Anderzijds zijn er al vele boeken geschreven over de gegoede indische samenleving van vervlogen tijden in het toenmalige Nederlands Oost Indië en de talloze verwikkelingen omtrent de geboorte van de Staat Indonesië. Maar er is nog veel te weinig bekend omtrent de schaduwzijde van diezelfde indische samenleving.

Ik ben juist geboren en getogen in die schaduwzijde van de indische samenleving. Wanneer iemand als onwettig kind werd geboren in de schaduwzijde van die indische samenleving, dan ging zijn of haar leven door een ware hel van haat, minachting, verachting en wanhoop.

Alle namen van personen vermeld in mijn levensverhaal zijn naar waarheid opgetekend en waar nodig geef ik authentieke documenten weer. Het verdere oordeel is aan de lezer. Alle uitdrukkingen in de maleise en/of indonesische taal laat ik in de ouderwetse spelling.”

Ik weet dat het bij diverse “gebruikers” van dit manuscript niet in goede aarde zal vallen dat ik met het originele ongewijzigde document naar voren kom. Nogmaals benadruk ik dat niemand het alleenrecht heeft. Als anderen het document hebben gebruikt voor hun project, dan is er geen reden waarom ik dat niet voor mijn project mag doen. Ik ben bijvoorbaat in het gelijk gesteld door de wet, of men dat nou leuk vindt of niet.

Diverse “geleerden” zullen zich op de tenen getrapt voelen, of hun eigen standpunten zien wankelen, en derhalve met wederwoorden aankomen. Ik wijk echter geen centimeter. Ik verzin niks, houd mij aan het originele document, en ga niet in op welke aantijging dan ook. Pas als ik voor het gerecht word gedaagd, dan zal ik antwoorden.

Publicatie plan, circa 800 6″ x 9″ bladzijden:

  • 2019 Kindle NL KDP worldwide
  • 2019 Amazon NL paperback inclusief outlets worldwide zoals BolCOM
  • 2019 Pumbo NL paperback inclusief outlet BoekenbestellenNL
  • 2019 Pumbo NL epub inclusief outlet BoekenbestellenNL
  • 2019 Aanmelding CB
  • 2019 Consignaties selecte boekhandels met (tijdelijke) focus op voormalig Indië
  • 2019 Onder de aandacht brengen bij de media

Overgebracht door

George Philip Birney

Introductie

Als brenger van dit geschiedenisboek vervul ik, George Philip Birney, een van de zonen van Adolf Birney die op 28 september 1925 werd geboren te Soerabaya in Oost Java in Indonesië dan wel het voormalige Nederlands Indië, en op 15 december 2005 is overleden te Fuengirola in Zuid Spanje, de wens van mijn vader om zijn eigen levensverloop te kennen te geven aan de wereld.

Het oorspronkelijke manuscript “Born to lose” werd door mijn vader op zijn oude Remington typewriter met zijn strijdvaardige vingers op papier geramd. Ik kwam destijds als kind in het geheel niet te weten waar hij mee bezig was. Wel kwam ik later er achter dat mijn vader niet geboren was om te verliezen, maar om te strijden. Hij heeft zijn gehele leven moeten strijden, in alle mogelijke opzichten. Om die reden dupliceer ik niet de oorspronkelijke titel van zijn manuscript en wijzig ik de titel en ondertitel dan ook in “De strijder uit Soerabaja – Adolf Birney”.

Nog voor Adolf’s henengaan, kreeg één van zijn andere zonen, Alfred Alexander Birney, het papieren manuscript in handen, en gebruikte die stapel om een dikke roman eruit te vervaardigen, wat hem uiteindelijk is gelukt en wat hem dan ook de bekendheid, prijzen en gelden heeft opgebracht.

Geenszins is het mijn bedoeling om een soortgelijke weg in te slaan. Als nabestaande wil ik niets anders dan de laatste wens van mijn vader in vervulling laten gaan, en wel op de manier zoals hij dat zelf heeft geschapen. Dus maak ik er geen verhaal van en wijzig ik niets in zijn manuscript. Mede om die reden gaat dit boek niet via de reguliere redactionele wegen. Ik fungeer slechts als zijn Remington in dezen.

Het kan voorkomen dat ten tijde van het overtikken van Adolf’s papieren manuscript in digitale vorm er kleine wijzigingen plaats vonden ten aanzien van taalkundige elementen zoals punctuatie en hoofdletters. De lezer(es) kan er dan ook van op aan dat de navolgende “kronieken”, als ik die zo mag noemen, geheel authentiek zijn, en wel uit het hoofd en uit de hand van mijn vader Adolf Birney.

Het kan voorkomen dat een lezer(es) zich geroepen voelt juridische stappen te ondernemen vanwege mogelijke openbaring van echte namen van personen en instanties, alsmede van openlijke benoeming van gebeurtenissen. In dat geval u gelieve zich af te vragen in hoeverre geschiedenisboeken gebruik dienen te maken van gefingeerde identiteiten en zodoende de werkelijkheid dienen te omzeilen.

Voor hen die vanuit geschiedkundig oogpunt bewijsmateriaal willen zien omtrent de beweringen van Adoff Birney, zeg ik alleen maar dat ik mijn vader tientallen jaren in levende lijve heb meegemaakt en mede daardoor weet dat hij de waarheid heeft geschreven. Hen adviseer ik dan ook om of met waterdicht tegenbewijs aan te komen, of dit boek anders gewoon maar als fictie te beschouwen.

Met opzet ga ik het in dit boek niet hebben over wie ik ben, of wie mijn broers en zussen zijn. Ik voeg niets toe aan het oorspronkelijk manuscript, wijzig niets, noch haal ik iets weg. Ik ben slechts de brenger van een boek dat door mijn vader Adolf Birney zelf is geschreven, en voer slechts een zijner laatste levenswensen uit, nu mijn eigen levenseinde aan de horizon in het zicht begint te komen.

Om praktische redenen zet ik mijn auteursnaam op het omslag, maar U weet bij deze dat in wezen Adolf Birney de waarachtige schepper is van dit boek, vandaar zijn volledige naam als ondertitel.

Dank u wel voor uw aandacht.

George Philip Birney

PS:
Als wettelijk erfgenaam verbied ik hierbij een ieder die mogelijkerwijs copiëen van mijn vader’s manuscript in een archief zou houden om de inhoud geheel of gedeeltelijk in welke vorm en tijdsbestek dan ook te publiceren zonder uitdrukkelijke en op schrift gestelde toestemming van minimaal één der voornoemde erfgenamen.